Naar een diergerichte,
duurzame veehouderij

Goed voor mensen.
Goed voor dieren.

Download Deltaplan

Goed voor dieren

Goed voor boeren

Goed voor mensen

Goed voor milieu

Dit plan is goed voor dieren, omdat er in de transitie een verschuiving gemaakt wordt:

  • Van dieren selecteren op hoge productie, naar sterke, weerbare rassen
  • Van veetransporten over de hele wereld, naar nauwelijks nog transport
  • Van bedrijven gericht op hoge productie en lage kosten, naar diergericht ontworpen bedrijven
  • Van dichte stallen, naar stallen met toegang tot een uitloop of weidegang

Dit plan is goed voor veehouders, omdat er in de transitie een verschuiving gemaakt wordt:

  • Van een slechte economische positie, naar een goed inkomen
  • Van een hoge werkdruk, naar meer werkplezier en waardering
  • Van los-vaste samenwerkingen, naar korte hechte ketens
  • Van niet-transparante prijsvorming, naar heldere afspraken over margeverdeling
  • Van financiering gericht op schaalvergroting en kostenverlaging, naar financieringsvormen die bijdragen aan verduurzaming

Dit plan is goed voor burgers, omdat er in de transitie een verschuiving gemaakt wordt:

  • Van afstand tot de veehouderij, naar waardering voor de veehouderij
  • Van kiezen voor kwantiteit, naar kiezen voor duurzame producten
  • Van consumptie van meer dierlijk dan plantaardig eiwit, naar een gezond dieet met 70% plantaardig eiwit

Dit plan is goed voor milieu en natuur, omdat er in de transitie een verschuiving gemaakt wordt:

  • Van een veehouderij die schadelijk is voor het milieu, naar een veehouderij die in balans is met het millieu
  • Van een veehouderij die bijdraagt aan minder biodiversiteit, naar een natuurinclusieve veehouderij

Ons plan

De veehouderij heeft al jaren te maken met crises en structurele problemen. Bij iedere crisis klinkt de roep om echte oplossingen. Toch worden er vaak vooral brandjes geblust en blijven onderliggende oorzaken bestaan. Daarom presenteert de Dierenbescherming het Deltaplan Veehouderij. Goed voor mensen. Goed voor dieren. Hierin schetsen we hoe de veehouderij er in 2050 volgens ons uit moet zien, en vier transitiepaden om daar te komen. We zetten het dier centraal en komen met win-winoplossingen met als resultaat een diergerichte, integraal duurzame veehouderij.

Download Deltaplan

Transitiepaden

Om een omslag in de veehouderij te realiseren is actie op vier transitiepaden nodig, die tegelijkertijd worden aangepakt. Ieder transitiepad is realistisch maar ook uitdagend. En als we ze tot een goede uitvoer brengen, dan krijgen we een toekomstbestendige, diergerichte en duurzame veehouderij.

Diervriendelijkere en integraal duurzame veehouderij

Dieren zijn sterk en weerbaar en kunnen hun natuurlijke gedrag vertonen. Ze gaan zo min mogelijk op transport en elk dier krijgt toegang tot een uitloop of wei.

Van verspillende carnivoren naar waarderende omnivoren

Consumenten hebben hun consumptie van dierlijke producten fors gereduceerd en ze betalen de echte en faire prijs voor vlees, zuivel en eieren. Duurzaam voedsel wordt meer gewaardeerd en minder verspild.

Samenwerking en korte vaste ketens

De veehouderij werkt in korte vaste ketens. Dit zorgt voor betere afspraken, eerlijke prijzen voor de boer en meer transparantie.

Kwaliteitsproductie voor een zelf- voorzienende regio

De veehouderij produceert integraal duurzame meerwaardeproducten voor de Noordwest-Europese markt.

Veehouderij door de tijd

De veehouderij is de afgelopen 75 jaar sterk veranderd. Dat heeft gevolgen gehad voor dieren, boeren, burgers en het milieu en de natuur, en het heeft ons gebracht tot de huidige situatie. De Dierenbescherming wil niet terug naar het verleden, maar kijkt vooruit naar een diergerichte, duurzame veehouderij in 2050.

Na de oorlog is het overheidsmotto ‘Nooit meer honger’ en wordt armoede op het platteland bestreden. Het Europese landbouwbeleid van de Nederlander Mansholt met o.a. minimum prijzen voor veel landbouwproducten leidt tot schaalvergroting.

Gevolgen

Dieren worden steeds minder gehouden op extensieve, kleine bedrijven, en steeds vaker op grootschalige bedrijven, met minder ruimte per dier en zonder uitloop.

Boeren hebben steeds grotere bedrijven, en een betere economische positie.

Burgers krijgen meer voedselzekerheid.

Milieu en natuur ondervinden door de schaalvergroting en het daardoor ontstane mestoverschot meer hinder van de landbouw.

Schaalvergroting en intensivering zetten door. De fokkerij selecteert dieren op steeds hogere productie. Overheden voeren nog nauwelijks dierenwelzijnsbeleid. Problemen die ontstaan omdat niet aan de behoeftes van dieren wordt voldaan, zoals verenpikken of staartbijten, worden ‘opgelost’ door bijvoorbeeld snavels en staarten te verwijderen en dieren in het donker te houden.

Gevolgen

Dieren De jaarproductie van een melkkoe stijgt van 4000 liter in 1950 naar 6000 liter in 1990. Een vleesvarken groeit in 1950 500 gram/dag, in 1990 is dat toegenomen tot 700 gram. Door de stijgende productie krijgen de dieren meer last van productiegerelateerde ziektes.

Boeren om inkomen uit hun bedrijf te blijven halen gaan veehouders steeds verder in schaalvergroting en productieverhoging per dier.

Burgers zijn steeds meer dierlijke producten gaan eten. In 1950 werd er 48 gram vlees per dag gegeten; in 1990 is dat meer dan 100 gram.

Milieu en natuur hebben steeds meer last van de negatieve effecten van de landbouw. Er wordt alarm geslagen over zure regen. Mede daarom wordt in 1986 de eerste Meststoffenwet ingevoerd.

In de jaren 90 worden de eerste Europese dierenwelzijnsregels opgesteld. Zo worden kistkalveren verboden, net als legbatterijen en individueel opsluiten van zeugen. Dierenwelzijnskeurmerken maken verdergaande verbeteringen mogelijk via de markt. Toch wordt het grootste deel van de dieren nog onder de voor dierenwelzijn ontoereikende minimumnormen gehouden, en boeren concurreren wereldwijd met elkaar.

Gevolgen

Dieren worden nog steeds geselecteerd op hogere productie. In 2020 is de jaarproductie van een melkkoe verder gestegen tot 9000 liter. Een vleeskuiken uit 1950 deed er 5 maanden over om de 2,5 kg te bereiken, nu is dat nog zo’n 6 weken. Nederland wordt geteisterd door dierziekten: in 1997/1998 varkenspest, in 2001 mond-en-klauwzeer, in 2003 vogelgriep en van 2007 tot 2011 Q-koorts.

Boeren blijven inzetten op efficiëntieverbetering en kostenverlaging, maar verdienen vaak geen goed inkomen. Het aandeel huishoudens onder de inkomensgrens nodig voor een zelfstandig huishouden is voor de melkveehouderij, varkenshouderij, leghennenhouderij en vleeskuikenhouderij: 35%, 48%, 15% en 28%, respectievelijk. Boeren komen in opstand tegen het overheidsbeleid.

Burgers eten gemiddeld 104 gram vlees per dag. O.a. door gepolariseerde discussies op sociale media lijkt een grotere kloof tussen maatschappij en veehouderij te ontstaan, hoewel de genuanceerdere burgers (de grootste groep) vaak niet gehoord worden.

Milieu en natuur Nog maar 3% van het grasland is kruidenrijk. Daardoor is er minder voedsel voor weide- en boerenlandvogels. De Nederlandse landbouw is verantwoordelijk voor 41% van de stikstofdepositie, dit komt grotendeels uit de veehouderij.

Alle partijen nemen hun verantwoordelijkheid om een integraal duurzame, diergerichte veehouderij te realiseren. Er wordt gewerkt op 4 transitiepaden:

  1. Diervriendelijkere veehouderij als onderdeel van totale verduurzaming
  2. Van verspillende carnivoren naar waarderende omnivoren
  3. Samenwerking in korte vaste ketens
  4. Kwaliteitsproductie voor een zelfvoorzienende regio

Gevolgen

Dieren zijn sterk en weerbaar. Ze worden gehouden in diergericht ontworpen systemen inclusief uitloop of weidegang. Transport komt nauwelijks nog voor.

Boeren verdienen een goed inkomen door duurzame producten te maken in korte hechte ketens. Ze krijgen waardering van de maatschappij.

Burgers eten nog maximaal 19 gram dierlijk eiwit per dag, en betalen hier de echte prijs voor. Dat is bijvoorbeeld 1 eitje en 2 plakjes kaas, of 75 gram rundvlees. Ze waarderen de duurzame veehouderij en hebben hier geen overlast van.

Milieu en natuur natuurinclusieve landbouw is de norm geworden. Milieu en landbouw zijn daardoor met elkaar in balans. Landschappen zijn gevarieerd en de biodiversiteit is hersteld.

Bekijk volledige tijdlijn

Wat kan ik doen?

Boeren
Consument
Overheid
Supermarkt
Overig
  • Kies voor sterke, weerbare rassen
  • Ga voor een diergericht ontworpen stal
  • Zorg voor toegang tot een uitloop of weidegang
  • Sluit aan bij een concept met een korte, hechte keten
  • Zorg voor transparantie over de bedrijfsvoering
Bekijk hier alle actiepunten
  • Eet minder dierlijke en meer plantaardige producten
  • Koop alleen vlees, zuivel en eieren met het Beter Leven keurmerk
  • Gooi zo min mogelijk voedsel weg en bewaar restjes
  • Let op kortingsstickers gekoppeld aan houdbaarheid en red voedsel
  • Spreek je uit tegen misstanden
Bekijk hier alle actiepunten
  • Stimuleer verduurzaming inclusief dierenwelzijnsverbetering
  • Doe niet aan symptoombestrijding maar pak problemen aan bij de bron
  • Verplicht een minimale hoeveelheid weidegang of uitloop
  • Zorg dat dierenwelzijn geborgd is bij handelsverdragen
  • Financier investeringen in diervriendelijkere systemen
  • Bekijk de actiepunten voor de Provincie
Bekijk hier alle actiepunten
  • Draag uit dat dierenwelzijn belangrijk is
  • Wees onderscheidend in duurzaamheid in plaats van prijs
  • Bied aantrekkelijke en betaalbare vleesvervangers aan
  • Zet hechte ketens op waarin de schakels elkaar kennen
  • Kies voor transparantie en topkeurmerken
Bekijk hier alle actiepunten

Niet alleen de boer, de politiek, de consument en de supermarkt hebben een rol in de transitie. Ook jij kunt een steentje bijdragen om te komen tot een diergerichte en integraal duurzame veehouderij.

Koplopers en mooie ontwikkelingen

Een duurzame veehouderij is dichter bij dan je denkt. We hebben het in ons plan over 2050, maar ook nu gebeuren er al zoveel mooie dingen. In heel Nederland werken mensen op hun eigen manier aan een diergerichte, duurzame en toekomstbestendige veehouderij. Als we kijken naar de koplopers van vandaag, dan denken we: dit gaat ons lukken!

Dartelstal

Leghennen

Kaasboerderij

De Dierenbescherming en de veehouderij

Een maatschappij waar mensen en dieren waardig kunnen leven. Dat vindt de Dierenbescherming belangrijk. Daarom komt zij op voor alle miljoenen dieren in de veehouderij in Nederland. Dat is niet nieuw. Dit doet de organisatie al ruim 150 jaar. Wat wel nieuw is, is het Deltaplan. Dit plan is opgesteld naar aanleiding van de problemen die spelen in de huidige veehouderij. Het Deltaplan schetst een toekomstbestendige veehouderij met een win-win situatie voor dier, boer, burger en milieu.

Het Deltaplan Veehouderij zal de komende jaren als leidraad dienen voor de onderwerpen en projecten waarop de Dierenbescherming actief is. Denk bijvoorbeeld aan projecten rondom het ontwikkelen of beter beschikbaar maken van diergericht ontworpen stalsystemen of modules daarvan.

Dit kan de Dierenbescherming echter niet alleen; iedereen moet zijn steentje bijdragen. We hebben samen nog een weg af te leggen, maar het kan. Wij brachten de vier ‘transitiepaden’ in beeld waarop alle partijen actie kunnen ondernemen. Hoe jij een bijdrage kunt leveren vind je hier. 
Doe je mee?

Volg ons

Vragen of een ideeën?

Mail ons

Op de hoogte blijven?

verzenden
Privacybeleid
Thanks! Succesvol ingeschreven.