Gisteren presenteerden D66 en CDA hun gezamenlijke ‘Inhoudelijke en ambitieuze agenda’: een belangrijke tussenstap in de formatie van een nieuw kabinet. Hierin wordt aangegeven dat er gekozen wordt voor een duidelijke visie op landbouw en natuurbeheer om Nederland van het stikstofslot af te halen.
Nederland zit in steeds verder gaande mate op slot, vanwege het aanhoudende gebrek aan goed beleid door de huidige – demissionaire – minister om de stikstofuitstoot terug te dringen en de natuur te herstellen. Dit heeft onder andere impact op de veehouderij, als grote bron van ammoniak (stikstof).
Teleurgesteld
Hoewel wij als Dierenbescherming de inzet op het terugdringen van stikstof en het versterken van natuurwaarden natuurlijk ondersteunen, zijn we dan ook teleurgesteld dat in deze visie van D66 en CDA één cruciale pijler is onderbelicht: dierwaardigheid. De keuzes die worden gemaakt gaan alleen over emissiereductie, vergunningverlening en economische ontwikkelruimte, terwijl de kern van een duurzame landbouw óók gaat over het welzijn van de dieren binnen dat systeem
Als Dierenbescherming worden wij dagelijks met de stikstofproblematiek geconfronteerd. Er worden in Nederland nauwelijks vergunningen verleend om stallen te verbouwen met als doel het dierenwelzijn te verbeteren. Voor het Beter Leven keurmerk (BLk)-vleeskuikens, -varkens en -leghennen kunnen vereiste aanpassingen aan de stallen niet gedaan worden. Er is daardoor een tekort aan Beter Leven-eieren en er dreigt een tekort aan BLk-varkensbedrijven- en vleeskuikenbedrijven, die al sinds meerdere jaren geen overdekte uitloop kunnen aanbouwen.
Convenant
Het risico ontstaat dat supermarkten weer teruggaan naar een lager niveau van dierenwelzijn. Dit is voor eieren (hopelijk tijdelijk) al realiteit. Ook voor het eerder dit jaar gesloten Convenant ‘Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij’ kunnen bepaalde dierenwelzijnsverbeteringen niet uitgevoerd worden zonder vergunningverlening. Namens alle convenantpartijen – bestaande uit veehouderijorganisaties, markt- en ketenpartijen en maatschappelijke organisaties – vraagt de Dierenbescherming het nieuw te vormen kabinet dan ook om inzet en steun voor een verdere uitvoer van de in het convenant gemaakte afspraken.
Zonder nadrukkelijke aandacht voor de leefomstandigheden van dieren – hun ruimte, mogelijkheden tot natuurlijk gedrag, gezondheid en welzijn – blijven oplossingen eenzijdig en onvoldoende toekomstbestendig. Innovatie en vakmanschap zijn waardevol, maar kunnen pas echt bijdragen aan een robuust voedselsysteem wanneer ze worden ingezet om dierenwelzijn structureel te verbeteren.
Transitie
Daarom dringen wij er nogmaals op aan dat het stikstofprobleem en de transitie van de landbouw integraal moeten worden aangepakt. En een werkelijk integrale aanpak vereist dat dierenwelzijn een gelijkwaardige pijler wordt, náást natuur, klimaat en water.
Dat betekent dat in gebiedsgerichte doelen niet alleen stikstof-, CO₂- en wateropgaven worden opgenomen, maar ook concrete, toetsbare normen voor een dierwaardige veehouderij. Boeren die stappen zetten richting extensivering, meer weidegang, robuustere rassen en huisvestingssystemen die het natuurlijk gedrag respecteren, moeten daarbij actief worden ondersteund.
Zonder deze verbreding blijven maatregelen symptoombestrijding en wordt een belangrijke oorzaak van problemen in natuur, klimaat én gezondheid genegeerd: namelijk een veehouderij die nog te vaak draait op hoge aantallen dieren in systemen die hun welzijn onvoldoende borgen.
Toekomstbestendige landbouw
De Dierenbescherming is van mening dat de landbouwtransitie alleen kans van slagen heeft wanneer dierwaardigheid structureel wordt verankerd in beleid, bekostiging en wettelijke kaders. Alleen dan ontstaat werkelijk toekomstbestendige landbouw waarin boeren, natuur én dieren kunnen floreren.
Voorkomen moet worden dat boeren nu investeren in natuur en vervolgens opnieuw moeten investeren in dierwaardigheid. Het zou de overheid betrouwbaarder maken door beide opgaven nu al integraal mee te nemen. Een duurzame transitie vergt een integrale aanpak waarin dierenwelzijn niet wordt gezien als bijzaak, maar als onmisbaar onderdeel van de oplossing. Alleen met dierwaardigheid als volwaardige prioriteit kan het beleid leiden tot een landbouw die zowel duurzaam als ethisch verantwoord is.
In deze fase van de formatie is er verder ook nog weinig op papier gezet over dierenwelzijn. Dat is begrijpelijk, omdat deze partijen zich eerst hebben gericht op een aantal heikele punten. Toch hopen we dat in de volgende ronde aan tafel ook gesproken gaat worden over andere belangrijke dierenwelzijnszaken, zoals een landelijke chipplicht voor katten, een verbod op het fokken van dieren die lijden onder uiterlijke kenmerken, een einde aan de plezierjacht en een verbod op onverdoofde, rituele slacht.
Lees hier wat we graag zouden willen terugzien in deze formatie.