De Dierenbescherming zet zich al jaren in voor een veehouderij die het welzijn van dieren écht centraal stelt. Dat is ook nodig, want Nederland kent een grote en intensieve veehouderij. Ons einddoel: een dierwaardige veehouderij.
Hoe dat eruitziet hebben we een aantal jaren geleden vastgelegd in ons Deltaplan Veehouderij, maar alleen met een visie bereik je geen verandering. Daarom hebben wij, samen met verschillende partijen en vertegenwoordigers van de boerenorganisaties en ook markt- en ketenpartijen, de afgelopen tweeëneenhalf jaar gewerkt aan concrete voorstellen voor een meer dierwaardige veehouderij. Deze zijn samengekomen in het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’.
Dat is best een lange periode, zeker als je bedenkt dat een van de betrokken collega’s mij al had bijgepraat op het convenant voordat ik begon bij de Dierenbescherming. De verwachting was toen dat we snel het convenant zouden tekenen. Inmiddels zijn we twee jaar verder, zijn twee kabinetten gevallen en dachten we regelmatig dat het niet ging lukken. En toch zijn we steeds aan tafel gebleven. Waarom? Omdat we zo veel mogelijk impact willen maken voor zo veel mogelijk dieren.
En die impact maakt de Dierenbescherming. Nu met het convenant, maar op andere manieren al veel langer. Dankzij het Beter Leven keurmerk hebben miljoenen dieren (in 2024: 165 miljoen dieren) inmiddels een beter leven. Maar we zijn er nog lang niet; het Beter Leven keurmerk geldt immers alleen voor dieren die in Nederland geconsumeerd worden en een heel groot deel (ruim 70%) wordt geëxporteerd. Ook voor deze dieren willen we uiteraard een dierwaardig bestaan en daar is een structurele verandering voor nodig.
Een structurele verandering vraagt om samenwerking, een lange adem en duidelijke afspraken voor de lange termijn. Alleen zo komen we tot een systeem waarin dieren niet langer louter product zijn, maar levende wezens die pijn en plezier kunnen ervaren en die recht hebben op een positieve emotionele toestand en een dierwaardig leven.
Precies dát is het doel van onze inzet: een landbouwsysteem waarin het belang van het dier niet ondergeschikt is aan schaalvergroting, efficiëntie of marktdruk. Waarin we ons niet laten leiden door het verleden, maar kiezen voor een toekomst die recht doet aan dieren, boeren en onze samenleving. Dat vergt keuzes – van politiek, van marktpartijen en van ons allemaal.
Gelijktijdig met onze voorstellen is het ministerie van Landbouw een traject gestart met het opstellen van nieuwe wetgeving: de Algemene Maatregelen van Bestuur dierwaardige veehouderij (AMvB’s). We begrijpen dat dit tot verwarring leidt. Twee initiatieven, beide over dezelfde thematiek. Laat ik het verschil helder maken.
De AMvB’s zijn wet- en regelgeving van het ministerie zelf. Het is goed dat het ministerie nu ook stappen zet richting een dierwaardige veehouderij. We bestuderen deze voorstellen momenteel zorgvuldig en zullen ook inhoudelijk reageren. Maar onze voorlopige conclusie is duidelijk: de AMvB’s gaan niet ver genoeg. Belangrijke uitgangspunten blijven onderbelicht of worden slechts op hoofdlijnen benoemd. Ze geven onvoldoende invulling aan het amendement van de Kamerleden Van Campen en De Groot, waarin juist is vastgelegd dat het belang van het dier centraal moet staan in het ontwerp van de veehouderij. De voorstellen missen nog op te veel plekken scherpe normen, concrete stappen en een duidelijk eindbeeld voor een dierwaardige veehouderij in 2040. Het is van cruciaal belang dat we nu vastleggen hoe een dierwaardige veehouderij er in 2040 uitziet. Een concreet toekomstbeeld biedt duidelijkheid, voorkomt uitstelgedrag en maakt het mogelijk om gerichte stappen te zetten – stap voor stap, maar wel in de goede richting.

Het verschil tussen het convenant en de AMvB’s is wezenlijk. De AMvB’s zijn overheidsmaatregelen: regels die van bovenaf worden opgelegd en vooral gericht zijn op wat minimaal moet. Ze vormen daarmee een juridische ondergrens. Het convenant daarentegen is een breed gedragen maatschappelijke overeenkomst tussen markt- en ketenpartijen, boerenorganisaties en de Dierenbescherming. Het gaat niet alleen over regels, maar over gezamenlijke ambities en concrete stappen naar een hoger niveau van dierwaardigheid.
Juist daarom is het zo belangrijk dat dit convenant tot stand is gekomen. Want structurele verandering lukt alleen als álle schakels in de keten meebewegen – van boer tot supermarkt. Het convenant biedt ruimte voor maatwerk, voor vertrouwen en voor samenwerking op basis van gedeelde waarden. Het laat zien dat er draagvlak is, dat er bereidheid is om verantwoordelijkheid te nemen, en dat we samen willen bouwen aan een toekomstbestendige veehouderij.
Zonder convenant blijft de verandering hangen in regelgeving en handhaving, de ondergrens wat ons betreft. Maar met het convenant ontstaat een beweging – een beweging die verder reikt dan wat wettelijk moet, een beweging die richting geeft aan wat moreel nodig is: een dierwaardige veehouderij.
Wij blijven ons inzetten voor echte vooruitgang, we blijven het gesprek aangaan. Ook als we soms een totaal andere taal lijken te spreken, of als er terug onderhandelt wordt op iets dat we al waren overeengekomen. Dat was lang niet altijd makkelijk. We hebben ons regelmatig afgevraagd: waarom doen we dit ook alweer? Is het niet makkelijker of zelfs beter om te roepen dat het allemaal niet deugt en niet ver genoeg gaat? En het gaat ons (natuurlijk) niet snel genoeg, want elk jaar dat een maatregel later wordt ingevoerd, leidt dat tot heel veel dieren die onnodig lijden. Bijvoorbeeld omdat hun staart wordt gecoupeerd of omdat ze onvoldoende ruimte hebben voor natuurlijk gedrag. Die verantwoordelijkheid dragen we.
We zijn er echter van overtuigd dat als je echt een structurele verandering wilt realiseren, je aan tafel moet zitten. We zijn blij dat ook bij de andere partijen een groeiende groep is die erkent dat het anders moet – en dat het ook anders en beter kan. Samen bouwen we aan een beweging, aan draagvlak, aan systemen die boeren perspectief geven. En nog belangrijker voor de Dierenbescherming: we bouwen aan een toekomst waarin we dieren uitzicht geven op een dierwaardig leven. Dat hebben we vastgelegd in het convenant. Over het tempo verschillen we van mening en daar hebben we de balans proberen te vinden tussen ambitie en realisme. Want als je het sámen doet kom je verder, dat weten we als Dierenbescherming inmiddels.
Het einddoel uit ons Deltaplan hebben we nog niet bereikt, dus we blijven aan tafel omdat we ook afspraken willen maken over transport, fokkerij en de wijze van slachten (onderdelen die wel geregeld worden onder het Beter Leven keurmerk), omdat dat ook onderdeel is van de dierwaardige veehouderij. En we willen afspraken maken met andere sectoren, zoals de kalverhouderij. We zijn er nog niet, maar met dit convenant Stappen naar een Dierwaardige Veehouderij doen we precies wat de titel belooft: we zetten stappen – fundamentele stappen zelfs – op weg naar een dierwaardige veehouderij. Daar strijden we voor, elke dag weer.
EenVandaag besteedde aandacht aan dit convenant. Bekijk hier de aflevering terug.