Onlangs verscheen het boek ‘Het bedwelmingsapparaat’ van Jeroen Siebelink. Het boek beschrijft de rol en werkwijze van het ministerie van LVVN en de NVWA bij het beschermen van gezond, veilig en eerlijk voedsel. De tagline van het boek luidt: De overheid zegt de wet te handhaven. Maar wat als de pakkans klein is en het morele kompas stuk?
Het is geen geheim dat slachterijen niet altijd verantwoord omgaan met dierenwelzijn tijdens het slachtproces. Undercoverbeelden leveren hier van tijd tot tijd bewijs voor aan. In de botsing tussen economie en dierenwelzijn, delft het dier meestal het onderspit. De NVWA ontbreekt het aan capaciteit om voldoende toezicht te houden. Hoewel dat zorgwekkend is, biedt het ook een mogelijkheid: want waar het menselijk oog faalt, of zelfs afwezig is, kan slim cameratoezicht de situatie in slachthuizen flink verbeteren. De Dierenbescherming ziet slim cameratoezicht als een mogelijkheid om zowel die pakkans te vergroten als dat morele kompas bij te sturen.
Kleine pakkans
De Dierenbescherming heeft in de afgelopen decennia met lede ogen aangezien hoe het voor de NVWA door opeenvolgende fusies, reorganisaties, bezuinigingen en een oplopend tekort aan dierenartsen steeds moeilijker werd om toezicht te houden op dierenwelzijn in het slachthuis. Wij hebben er steeds op aangedrongen om hiervoor meer middelen in te zetten. Sinds een paar jaar krijgt de NVWA meer geld en wordt het grote tekort aan dierenartsen geleidelijk aan teruggedrongen.
Het blijft de vraag of dat toereikend is. Op een slachterij lopen maar enkele NVWA-controleurs rond. Maar die staan aan de lat om toe te zien op het dierenwelzijn, de diergezondheid en de voedselveiligheid tijdens het dagelijks werk in een slachterij. Voor het dierenwelzijn, bij de nog levende dieren, gaat het dan om:
Het uitladen van de dieren op de slachterij.
Het verblijf van de dieren in de wachtstal.
Het opdrijven van deze dieren naar de verdovingsunit.
Het proces van verdoven van de dieren.
De controle dat de dieren na het verdoven niet meer bijkomen voordat de slacht begint.
Het proces van het doden van de dieren.
Maar de NVWA moet bij slachterijen ook toezien op diergezondheid en voedselveiligheid. Dat betekent dat de aanwezige NVWA-ers ook moeten beoordelen of de dieren wel gezond zijn als ze op de slachterij aankomen en geschikt zijn om te worden geslacht voor consumptie (dit wordt de ante-mortemkeuring genoemd). Bij dieren waar in die ante-mortemkeuring een bemerking wordt gezien, moet ook een post-mortemkeuring volgen. Daarnaast moeten de NVWA-ers in de slachterij toezien op het hygiënisch werken, de karkassen beoordelen op geschiktheid voor consumptie, of er geen bezoedeling heeft plaatsgevonden in het slachtproces en op slachtfouten. Als je dan nagaat dat er honderden tot duizenden dieren per dag in een slachterij worden geslacht, is dat een zware taak.
Beter kunnen kijken
Op dit moment zijn veel van de slachterijen al uitgerust met camera’s. Maar alleen camera’s ophangen is niet genoeg. Om te weten of er zaken goed of fout gaan, moet je alle camerabeelden bekijken en beoordelen. Dat betekent dat er honderden uren aan videomateriaal moet worden bekeken. Daar kan kunstmatige intelligentie bij helpen. Zowel Deloitte als Argus hebben camerasystemen ontwikkeld waarbij algoritmen de beelden waarop mogelijk een inbreuk van dierenwelzijn is te zien, worden klaargezet in een dashboard. De slachterij, en de NVWA, krijgen daarmee een volledig beeld van de naleving van dierenwelzijn. Dat betekent dat de NVWA niet meer afhankelijk is van wat ze toevallig ziet op de plek waar de controleur staat of op de beelden die ze via een steekproef uit de complete verzameling camerabeelden haalt.
Beter kunnen werken
Met behulp van de beelden kan worden nagegaan in welke situatie of omgeving de dieren angstig of gestrest raakten. Op basis hiervan kan de inrichting of de werkwijze worden verbeterd of kunnen medewerkers worden getraind in hun omgang met de dieren. Er kan worden geanalyseerd of een aangebrachte verandering ook echt leidt tot verbetering. Als dat zo is, dan verlaagt het zowel de angst en stress bij de dieren, als de frustratie bij de medewerker. Dit leidt dan tot een vlottere doorloop en minder gestreste dieren en medewerkers. Voor de slachterij is er dan het bijkomende voordeel dat het vlees van niet-gestreste dieren een betere kwaliteit heeft.
Beter verantwoordelijkheid nemen
Door het introduceren van de mogelijkheid om te leren van fouten en te verbeteren, kunnen slachterijen beter hun verantwoordelijkheid nemen voor het dierenwelzijn in hun bedrijf. De NVWA kan eenvoudiger een beeld vormen van de mate van naleving op een slachterij. Op basis van haar bevindingen kan de NVWA dan haar capaciteit inzetten op die slachterijen of veehouderijbedrijven waar het morele kompas nog wel wat extra bijsturing kan gebruiken.
Foto: Eyes on Animals